LET OP: wij zijn met vakantie. Je bestelling wordt op maandag 24 augustus verstuurd!

Lekkere verhalen

Op bezoek bij IESSEL cider

Op bezoek bij IESSEL cider

“Weet jij misschien waar ik de mannen van IESSEL cider kan vinden?”, vroeg ik aan een dame in de binnentuin van het klooster. “Ja hoor. Ik ben deze week poortwachter. Ik slaap in dat huisje daar, naast de poort. Het is hier prachtig, echt heerlijk. Ik ben hier een weekje.” Al kwebbelend ging ze me direct voor in een voor mij iets te stevig tempo. Ik ben niet zo’n snelle loper, zeker niet na een autoritje van 80 kilometer door de verzengende hitte. Het was heet die dag en de hitte deed ook zonder haar moordende wandeltempo al een aanslag op mijn leven.

“Hier is het kapelletje, daar woont de beheerder met zijn gezin, dit is de moestuin en dat is een berceau, ken je dat?” Ik veegde het zweet van mijn voorhoofd en zei: “Dat is zo’n beukenboog waar je onderdoor kan lopen.” Ze keek niet op of om en knikte instemmend. Ik wist niet eens dat zo’n ding een berceau heette, maar ik herkende het geval aan zijn vorm van Paleis ’t Loo en vroeg me vooral af waarom wij niet onder die berceau liepen. Leek me heerlijk, schaduw! Maar ze koerste alweer om de kapel heen, wees nog wat naar mensen die in de moestuin bezig waren, vertelde me over de jeugdherberg, dat er ooit koeien in de schuur voor me stonden en dat de monniken Klooster Sion inmiddels hadden ingeruild voor Schiermonnikoog. Het was nu een spiritueel centrum. “OK”, pufte ik.

Ieder zijn ding. Ik ben niet van hard lopen en ook niet van de spiritualiteit, maar ik vroeg me toch af waarom de monniken deze prachtige plek hadden verlaten. Toegegeven: voor acht oude monniken was het wel een verdomd groot terrein. Ik stelde me voor dat ze nu met een cocktail in de hand en voetjes in de zee op Schier zaten. Misschien toch zo gek nog niet.

Het was driekwartjaar geleden dat ik Rob en Marin van IESSEL cider had gemaild. Of ik eens langs kon komen om hun cidermakerij te bewonderen. Vandaag was het zover. Ik had tussentijds tig keer moeten afzeggen, maar dat deerde de mannen niet. Ze bleven vriendelijk. Ietwat beschaamd stond ik nu dan eindelijk in Diepenveen met twee potjes honing in mijn tas om het goed te maken. In de tussentijd was ik wel aan de gang gegaan met het maken van testciders en in ons dorp had ik inmiddels een Hoogstambrigade opgezet om oude hoogstamfruitbomen te beschermen. Ik wil die bomen heel graag behouden voor ons dorp, maar het is ook verlicht eigen belang. Ik geef het toe. Ook ik heb – net als IESSEL - plannen met appels en peren, dus “mijn” bomen moeten overeind blijven.

“Hier is het!” Mijn overenthousiaste gids was godzijdank geland. We hadden het hele terrein gezien en stonden nu bij een prachtig rijtje werkhuisjes. In het achterste huisje zat ooit een smederij vertelde Rob mij later, daarnaast zat nu een woonhuis en de heren hadden de oude wasserij betrokken. Waar ooit monnikspijen werden gewassen maakt IESSEL nu heerlijke, ambachtelijke ciders. Mijn gids en ik hadden de wasserij annex cidermakerij achteraf ook prima kunnen bereiken door vanaf de parkeerplaats linksaf te slaan. Dan hadden we maar 30 meter hoeven lopen.

“Jij moet Frank zijn”, zei Rob terwijl hij opkeek van zijn etiketteerwerkzaamheden. Hij had zijn werkplek naar buiten toe verplaatst en zat nu onder het bladerdek etiketjes te plakken. “Koffie? Ga zitten!” Na ook collega Marin een onhandige corona elleboog te hebben gegeven stak deze van wal. Mijn gids werd ondertussen door Rob rondgeleid door de cidermakerij. Onder het verkoelende bladerdek vertelde Marin enthousiast over IESSEL. Hoe ze het fruit uit hoogstamboomgaarden verwerken tot cider. Dat één van de appeldonateurs wel 1000 kilo appels en peren per jaar brengt en dat het tijdens het hoogseizoen een drukte van jewelste is met appelbrengers en het hakken en persen van het ingebrachte fruit. Er wordt een paar duizend liter cider van gemaakt en niet zomaar cider: de beste cider van Nederland. (Dat vertelde Marin mij niet, maar dat had ik wel gelezen. Ik stond natuurlijk niet voor niets bij deze cidermaker op de stoep.) Naast 100% appelcider maken ze inmiddels ook een perencider en een houtgerijpte appelcider.

“Daarnaast onderhouden we hoogstamfruitbomen in de IJsselstreek en we kweken inmiddels ook zelf fruitbomen op. We zijn daarvoor op zoek gegaan naar typisch Franse, Spaanse en Engelse appelrassen. Daar hebben ze appels met meer tannines die speciaal voor cider worden gekweekt. Om nog betere cider te kunnen maken hebben we die zelf geënt en opgekweekt. Er is een soort verzamelwoede ontstaan.”, schaterde Marin. “En nu moeten we ze ergens een plekje zien te geven. We hebben er ruim 300! Er bestaan honderden appelrassen die geschikt zijn voor cider maken, maar achteraf blijken de Nederlandse appels ook prima te werken. Volgens mij kan je van elke mix van lokale appels prima cider maken. Maar het is leuk om die buitenlandse appels te hebben. Ze staan bij een boer in de buurt en we moeten ze nu echt hoognodig uitplanten. Dat gaan we komende herfst doen, sommigen kunnen wellicht bij onze appeldonateurs staan.”

Rob was inmiddels klaar met de poortwachter annex gids. Vrolijk zwaaide ze ons uit en liep – weer rondom de kapel, langs de moestuin en berceau  – terug naar haar poortwachtershuisje. Ze hield duidelijk niet van korte routes.

Terwijl Rob nog eens koffie inschonk vertelde hij over de groep van snoeiers. Rob is ook secretaris van de Stichting IJsselboomgaarden. In mijn eigen Benneveld hebben we straks eenzelfde opzet: een hoogstambrigade vanuit de Stichting Bloeiend Landschap – waarbinnen ik bestuurslid ben – en een cidermaker – yep, that’s me - die er fijne drankjes van maakt. “Eigenlijk hebben veel initiatieven dezelfde opzet”, legt Rob uit. “Ze maken allemaal cider van lokale appels om de appels waarde te geven en de bomen te behouden” Marin vult aan: “We hebben een prettige samenwerking met de andere cidermakers in Nederland. Met Doggerland, De Vergeten Appel en Elegast werken we goed samen. We doen het allemaal op onze eigen manier, maar toch ook allemaal ongeveer hetzelfde. Om kennis uit te wisselen hebben Rob en ik ooit het voortouw genomen om een Facebook groep op te richten rondom cider maken, maar we spreken ook onderling af om kennis uit wisselen.”  

Als aspirant cidermaker had ik de dames en heren van Doggerland ook al eens gesproken tijdens het Wild Festival in Groningen. Ook zij nodigden me direct uit om eens te komen kijken. Dat moet ik zeker nog eens doen. Het is een leuk clubje die cidermakers! Heerlijk open en geen concurrentiegedoe. “Het is geen sector met veel concurrentiebelangen om het zo maar te zeggen”, aldus Marin. “We moeten de cidercultuur in Nederland samen ontwikkelen. Mensen zijn niet zo gewend aan het drinken van cider. Wij merken zelf dat onze cider vooral aanslaat in de regio. Het lokale aspect is belangrijk.”

 

Uiteraard doken we na de koffie de cidermakerij in. Over een aantal ruimtes verdeeld vind je de cidermakerij, de opslag en een ontvangstkamer met verkoop van ciders. In de cidermakerij staan grote vaten waarin de cider koud wordt vergist. Een deel op natuurlijke gisten – die reeds op de appels en peren aanwezig zijn – en een deel meer gecontroleerd met toegevoegde gisten. “We voegen wel gist toe, maar geen sulfiet”, legt Marin uit. “We willen de smaak van de cider zoveel mogelijk laten spreken. De cider is elk jaar anders door een gewijzigd aanbod van appels. Er zijn jaren bij dat er bijvoorbeeld weinig Goudreinetten zijn doordat er precies op het moment dat die soort in bloei staat nachtvorst is geweest. Dan moet je het gewoon doen met wat er wel voorhanden is.” Op een plank in de hoek ontdekte in een experiment. “Dat is ijscider. Net zoiets als eiswein, dus cider gemaakt van bevroren appels. We hebben verder wat gebruikte wijnvaten op de kop getikt en daarin vergisten we nu ook een deel van de cider. We laten die zitten totdat we weer gaan bottelen. Het hout geeft een extra smaakdimensie aan de cider. We blenden de cider op het moment dat alles is vergist. Vorig seizoen vonden we de perencider onvoldoende in balans, toen hebben we hem gemixt tot een appel-perencider. Maar dit jaar was hij perfect, dus nu hebben we een 100% perencider van peren en kweeperen.”

In de ciderij heb ik mijn eigen plannen nog eens voorgelegd aan de heren en we hebben besloten dit jaar een eerste batch Bennevelder cider te gaan maken! Ik help hen met het snoeien, plukken en verwerken van het fruit en in ruil daarvoor kan ik kennis opdoen over cider maken en mijn eigen cider maken. Goeie deal! Wat een leuk volk is het toch, die cidergasten. Daar wil ik graag bij horen.

Tot slot heb ik mijn kofferbak natuurlijk volgeladen met die heerlijke IESSEL ciders. Binnenkort verkrijgbaar in de webshop!

Om mijn auto op te pikken ben ik – uiteraard - linksom gelopen. De korte route.