Het was een raar bijenjaar

Als je regelmatig met je neus in een bijenvolk staat, dan krijg je vanzelf meer gevoel met de seizoenen en het weer. Bijenvolken bewegen namelijk altijd mee met de seizoenen en de weersomstandigheden, net als de bloemen en planten die ze bevliegen.

Misschien ben je het koude voorjaar alweer vergeten, maar koud was het! Bijzonder koud zelfs en dat merk ik zelfs nu nog – in augustus – aan de bijenvolken. Heel concreet, omdat er dit jaar geen druppel honing geoogst kon worden. Het voorjaar was simpelweg te koud en dat is voor mijn imkerij het belangrijkste moment, aangezien de omgeving van Benneveld – waar mijn bijen staan – vooral leunt op het voorjaar en de vroege zomer als het gaat om bloemen voor bijen. Alle honing die de bijen wisten te verzamelen aten ze tijdens natte dagen zelf weer op, wat natuurlijk prima is, maar dat is niet echt bevorderlijk voor de oogst. Ik reis niet met mijn bijen, dus het weer en de omstandigheden moeten meezitten wil er geoogst kunnen worden en dat kon dit jaar helaas niet.

Daar kwam bij dat ik aardig wat problemen had met mijn volken. Zo had ik volken die plots zonder koningin bleken te zitten (‘moerloos waren’ in imkertaal) en sommige volken bleken zwakker dan ik dacht dat ze waren. Soms krijg je zwakke volken nog aan de praat, maar in koud en nat weer is dat moeilijk. De volken zonder koningin kregen een nieuwe (ik leg nog wel eens uit hoe dat in zijn werk gaat), maar het duurt altijd even voordat die weer flink wat eitjes legt. En de zwakke volkjes heb ik samengevoegd met sterkere volken. Dat resulteerde dit jaar in steeds minder bijenvolken. En zo kon het dus gebeuren dat 2021 het eerste honingloze jaar van mijn imkerbestaan is geworden. Ik hoop dat het volgend jaar beter uitpakt.

Het ‘steeklustige’ volk. Ik noemde ze altijd ‘mijn killerbees’.

Toch ben ik blij met hoe het afgelopen seizoen ging. Want hoewel ik wat gedoe had met dode koninginnen, zwakke volken en ook wat aanvaringen had met een ‘steeklustig’ volk – dat behoeft geen uitleg denk ik, auw! – had ik de boel dit jaar toch beter op de rit dan in andere seizoenen. De ervaring die ik in de loop van alle voorgaande seizoenen heb opgedaan leek zich uit te betalen. Als imker blijf je altijd leren en ik merk dat ik het vak na acht jaar echt onder de knie heb gekregen. Ervaring komt met de jaren en dat is bij imkeren zonder meer het geval. Je komt altijd weer voor gekke dingen te staan en het is de kunst dat als imker op te lossen of nog beter, door de bijen zelf te laten oplossen.

Waar ik ook blij mee ben is dat ik mijn imkerij dit jaar heb weten om te schakelen naar een ander type bijenkast. Bijenkasten heb je in allerlei soorten en maten. Ik heb er de afgelopen jaren flink mee geëxperimenteerd en heb uiteindelijk gevonden wat ik zocht. Maar door al die jaren experimenteren en uitproberen zat ik met een ratjetoe aan kasttypen opgescheept. Dat maakt de bijen natuurlijk helemaal niets uit, die lijken alle kasten ongeveer even leuk te vinden, maar voor mij als imker is het niet handig. Die verschillende kasten hebben namelijk allemaal verschillende formaten, waardoor de onderdelen van de verschillende typen kasten niet uitwisselbaar zijn. Dat werkt in de praktijk niet handig.

Bijenkasten in mijn achtertuin. Verderop staan er meer, maar ik vind het fijn om ze altijd te kunnen zien, dus deze dames staan dichtbij. De gele kast is van het oude type (check de verf….) de houten kasten zijn van het nieuwe Dadant type.

Daarom heb ik de meeste volken omgeschakeld naar zogenaamde Dadant kasten. Dat zijn grote vierkante kasten waarin de bijen een ononderbroken broednest kunnen maken en waarmee ik met minimale interventie in de volken kan werken. Ik wil mijn bijen het liefst zo min mogelijk storen en dat kan goed met deze kasten. Dit soort kasten heeft een grote ‘broedkamer’. Dat is het onderste deel van de kast, waarin de ramen (raten) hangen. Je hebt ook kastsystemen met kleinere broedkamers, waardoor je twee kasten bovenop elkaar moet zetten wanneer de volken groeien om zo meer ruimte te geven. Op zich werkt dat ook prima, maar je krijgt dan loze ruimte tussen de ramen in de onderste en de bovenste kast (en het komt wel eens voor dat je een bij plet als je de kasten weer op elkaar zet). De ramen sluiten niet meer op elkaar aan en ik denk dat het juist heel belangrijk is dat dat wel het geval is, omdat bijen via bijenraten met elkaar communiceren. Als twee ramen los van elkaar staan, dan komen de communicatiesignalen niet door naar het hele volk. In Dadantkasten is dat wel het geval, want er is geen onderbreking in het broednest: het broednest past in zijn geheel in de onderste bak. Ik ben er van overtuigd dat dat beter is voor mijn volken. Als je trouwens wilt weten hoe een bijenvolk werkt en communiceert, dan raad ik je aan het boek Honingbijen van Jürgen Tautz te lezen. Ronduit fascinerend, voor zowel imkers als niet-imkers!

Verder hoef ik bij dit type kast de ramen niet uit de kast te halen als ik iets wil doen in de volken. Dit type kast is namelijk zo groot, dat ik de ramen gewoon heen en weer kan schuiven zonder ze op te tillen. Dat voorkomt dat er bijen van de raten afvallen en het werkt daarbij ook nog eens sneller. Ik werk nu met ramen die kleine afstandhoudertjes hebben, waardoor ik ook geen bijen meer plet. Bij andere type kasten of ramen wil dat wel eens voorkomen, simpelweg door het ontwerp van de kast, en dat wil je natuurlijk niet. Kortom: dit is de kast voor mij. Dit klinkt misschien allemaal als ‘nerdy’ imkerpraat, maar ik ben blij dat ik deze zoektocht heb voltooid en dat mijn bijen nu kasten krijgen die voor hen fijn zijn te bewonen en voor mij perfect werken.

Al met al blijft imkeren een fascinerend vak met telkens weer nieuwe uitdagingen. Mijn keuze voor de nieuwe kasten bevalt in elk geval goed, maar het leidde dit jaar niet tot honing. Dat heeft niets met de bijen en de kasten te maken, maar alles met het weer en mijn omgeving. Imkeren blijft uiteindelijk toch iets wat heel dicht bij de natuur staat en dat maakt het ook zo mooi.

Wil je een keertje meekijken in de volken? Laat het me weten, je bent van harte welkom. Er gaat een wereld voor je open!

3 gedachten over “Het was een raar bijenjaar”

  1. Het was een raar bijenjaar? Het jaar is toch nog niet om? Voor imkers wel. In augustus / september start het nieuwe seizoen. Hoewel ik nog hoop op een mooie nazomer, ben ik mijn bijen al aan het ‘inwinteren’. Ik zorg dat ze nu genoeg voer krijgen waarmee ze de winter doorkomen. Dat is eigenlijk de eerste stap voor een succesvol bijenseizoen. Vandaar dat bijenjaar 2020/2021 voor mij is gedaan en ik alweer vooruitkijk naar 2021/2022.

    Beantwoorden
  2. Dag Frank,
    Leuk om je imkerperikelen te lezen, het is wel herkenbaar.
    Ken je de website https://www.natuurlijkimkeren.org/ ?
    Ik kan je nog een goed boek aanraden “Natuur en Wezen van de Honingbij, geschreven door Iwer Thor Lorenzen.
    Er is een hoofdstuk gewijd aan de spijsvertering van de honingbij. Er staat ook een mooi recept in voor bijenkruidenthee om te geven. Als je zelf suikerwater maakt, gebruik dan kamillethee met een snufje zeezout.

    Beantwoorden
    • Hoi Rikkie, normaal gesproken vallen de perikelen wel mee, maar dit jaar was het echt ‘feest’. Dat kan gebeuren natuurlijk en imkeren is ook voor een groot deel het oplossen van problemen. Ja, ik ken die website, kijk ik wel eens op. Ik heb ook de cursus biodynamisch imkeren gevolgd, dat ligt wel in dezelfde lijn. (Ik heb trouwens nog een natuurbouwkast over, dat is één van de kasttypes waarmee ik ben gestopt.) Het boek ken ik niet. Dat ga ik zeker nog eens lezen, dank! De tip van kamille ken ik wel, maar heb ik nog nooit toegepast. Ze doen het hier al jaren goed op biologische suiker van de AH.

      Beantwoorden

Plaats een reactie