Op weg naar impact – deel 2 – Het begint bij de bijen. Of toch niet?

Onlangs schreef ik over hoe ik impact denk te gaan maken. Impact begint voor Frank’s Kitchen bij honing en bijen. Honing is een machtig mooi en bijzonder product. Bijen verdienen onze steun om allerlei redenen en als imker is honing natuurlijk ook gewoon het meest logische product om mee te starten. Tenminste, dat dacht ik….

De “buzz” rondom Frank’s Kitchen begint bij mijn bijen. Daar heb ik heel goed over nagedacht. Bijen zijn dan wel niet het hoofddoel van mijn social business – ik wil uiteindelijk vooral kansen creëren voor mensen die een afstand tot een gave baan ervaren * – maar ze zijn wel een heel welkom onderdeel van het bedrijf. Ik wil mooie producten met een goed verhaal verkopen en met welk product kan je dat nu beter doen dan met sociaal geproduceerde honing? Bijen en mensen kunnen elkaar over en weer helpen. En dat is wat ik wil, maximale impact!

Maar waar ik minder goed over heb nagedacht is de timing van dit alles. Het is nu bijna winter – het voelt zelfs als winter – en winter is nu niet bepaald het moment dat je honing kunt oogsten. De honing die ik nog had is inmiddels uitverkocht en mijn bijen zijn in rust. Lekkere business Frank! Hoe ga je in godsnaam omzet draaien zonder honing, laat staan impact maken?

In de winter kruipen honingbijen dicht op elkaar en wachten ze rustig op het voorjaar. In de tussentijd dus geen honing. Ik kan op zijn vroegst in april weer oogsten. Dus wat te doen in de tussentijd? Hoe ga je een business bouwen op honing? Ga je je toekomstige medewerkers in de winter naar huis sturen?

Het is een feit dat mijn zelfgeproduceerde honing een seizoensproduct is. En blijft. Ik moet dus nu al opschalen naar andere producten dan enkel honing: want de schoorsteen van mijn social business moet wel roken! Geen business is geen omzet is geen impact. Ik heb producten nodig die ik het hele jaar door kan verkopen, naast de honing.

Nadat ik het gat in mijn business onder ogen zag ben ik gaan rondbellen bij kleine producenten in de buurt. Wat als ik nu eerst indirecte impact maak door ook producten van hen te verkopen onder mijn eigen label? Ik noemde eerder al dat ik honingmosterd wil toevoegen aan mijn assortiment. Nou, dat gaat nu versneld gebeuren! Terwijl ik dit typ wordt deze gemaakt door een ambachtelijke mosterdmaker uit Groningen. De honing is niet van mijn eigen bijen, dat zal je begrijpen, maar zo kan ik toch meters blijven maken.

En naast lekkere dingen wil ik op termijn ook duurzaam geproduceerde kookspullen toevoegen. Denk aan snijplanken van goed hout en ambachtelijk gesmede koksmessen. Die komen er nu ook versneld bij. Ik begin binnenkort met de verkoop van Frank’s Kitchen snijplanken. Gemaakt van lokaal hout en afgewerkt met bijenwas van mijn eigen bijen. Hé, toch weer een cirkeltje rond!

Eigenlijk wilde ik die kookspullen nog even laten wachten totdat ik een lijn met eetbare producten op poten had. Dat was mijn ideaalplaatje: rustig één voor één introduceren zodat iedereen het kan volgen. Maar ik ga het nu toch parallel doen, dus tegelijkertijd bouwen aan een lijn met eten (honing, mosterd) en een lijn met kookspullen (snijplanken, messen, vijzels, etc.) Dat ziet er in het begin misschien wat gek uit naast elkaar, want wat heeft honing nou met een snijplank te maken? Maar what the fuck, ik ga het gewoon zo doen. Als ik een voorspelbaar bedrijf wilde hebben, dan was ik wel wijn blijven verkopen 😉

##################

* Ik ben me aan het inlezen in het sociale stuk. Ondernemen en nieuwe dingen op poten zetten vind ik niet zo moeilijk. Dat is mijn lust en mijn leven en ik durf ook wel te zeggen dat ik daar voldoende ervaring mee heb. Maar arbeidsparticipatie? Inclusief werken? Het sociale domein? Ik heb nog nooit personeel gehad (Martine en ik deden het tot nu toe alles zelf) dus laat staan dat ik iets weet van ‘ingewikkeld’ personeel. Maar godzijdank zijn er van die papieren dingen met informatie.

Ik las onlangs zo’n ding van de hand van Bartel Geleijnse, de oprichter van sociaal horecabedrijf The Colour Kitchen. In zijn boek interviewde hij Etienne Friederichs, social ondernemer achter het schoonmaakbedrijf Buitengewoon. Hij gaf aan dat hij liever niet spreekt over ‘mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt’ of over ‘een doelgroep’.

“Je doet geen recht aan iemand als je hem of haar wegzet als ‘doelgroeper’. Zeg liever dat deze mensen ‘een afstand tot een gave baan’ ervaren. Dat is net zo waar en er zit geen oordeel in. Een afstand hebben is namelijk echt iets anders dan een afstand ervaren. Deze mensen ervaren een afstand omdat wij met zijn allen de arbeidsmarkt op een zodanige manier hebben ingericht dat niet iedereen even gemakkelijk mee kan doen.”

Zo waar!

2 gedachten over “Op weg naar impact – deel 2 – Het begint bij de bijen. Of toch niet?”

Plaats een reactie