Op weg naar impact

Zo. Het stof is neergedaald, nagenoeg alle voorraad is verkocht – waarvoor dank! – en zoals je ziet heb ik de oude webshop inmiddels uit de lucht gehaald en deze tijdelijke website in de lucht gebracht. Op de achtergrond werk ik aan een nieuwe site, die wordt supermooi!

Jullie hebben me geweldig geholpen door de voorraad op te kopen. Dat geeft weer wat middelen om de volgende stap te zetten: een eigen productie op poten zetten. Ik wil potjes vol lekkers gaan produceren om kansen te creëren. Dat is de stip op de horizon, mijn kitchen moet letterlijk een plek worden waar mensen die aan de zijlijn staan een kans krijgen. Daar ben ik natuurlijk nog lang niet, maar het eindpunt is duidelijk. Onderweg zal er nog van alles moeten gebeuren voordat ik de deuren van mijn droomkeuken kan openen. Voor nu moet ik weer gaan opbouwen. Ik moet producten ontwikkelen, productie draaien en winkels vinden die mijn spullen willen verkopen. Want een social business draait ook om business. Zonder verkopen geen positieve verandering.

Gelukkig vind ik opstarten het leukste wat er is. Frank’s Kitchen is weer even een blanco vel papier. Ik kan dat vel inkleuren zoals ik dat wil. Met Wouter van Studio Baard en Han van Haicu Webdesign werk ik aan een nieuwe website. En ik schrijf mijn vingers blauw op nieuwe teksten. Het is even zoeken naar nieuwe woorden. Hoe ga ik precies duidelijk maken waar ik vanaf nu voor sta? En nog belangrijker, hoe ga ik daadwerkelijk die impact maken?

De route naar impact begint dichtbij. Bij mijn bijen.

Ik ben zoals velen wel weten al jaren gepassioneerd hobby-imker. In mijn achtertuin en iets verderop, op land van mijn buurman, staan zo’n tien bijenkasten. Ik ben daar ooit mee begonnen tijdens het Jaar van de Bij. Ik werkte destijds op freelance basis bij Bionext (toen nog Biologica), de club die zich inzet voor de biologische sector. Met Michael de Wilde – toen communicatieman bij Eosta en inmiddels directeur bij Bionext – ging ik langs bij Jaap Molenaar, oprichter van de Bijenstichting. Eosta wilde een actie sponsoren van Biologica en de Bijenstichting. Jaap vertelde hoe slecht het ging met de bijen en dat hij 2012 ging uitroepen tot het Jaar van de Bij. Ik wist wel dat het niet goed ging met de bijen, maar zo slecht? Dat was echt een shock! Ik was getriggerd om daar iets aan te doen. De actie kwam er: er werden tienduizenden zakjes zaad verspreid via natuurwinkels door heel Nederland. En ik besloot imker te worden. Ik volgde een oriëntatiecursus – de basiscursus van de NBV – en later nog een cursus biodynamisch imkeren. Ja, ik had en heb het imkervirus aardig te pakken! Het is mooi en zinvol werk en er komt ook nog eens een lekker goedje tevoorschijn uit die kasten. Voor mij was en is het imkeren een match made in heaven.

Daar ga ik dus zeker mee door. Maar Frank’s Kitchen zal niet alleen om bijen draaien (voor alle duidelijkheid; ik wil met Frank’s Kitchen geen traditionele imkerij opzetten). Echter, er zullen wel altijd wat bijenkasten te vinden zijn in de buurt van Frank’s Kitchen. En ik zal altijd bijen houden en honing blijven verkopen. De bij hoort er inmiddels gewoon bij. Er staat niet voor niets een bij in het logo! Echter, ik wil naast potjes honing ook andere producten maken. Het eerste product dat het licht zal gaan zien is honingmosterd (mosterd met een likje honing erin) gemaakt van mosterd uit Groningen. Honing is voor nu het uitgangspunt voor nieuwe producten, maar nog belangrijker dan die honingproducten is het verhaal over de bijen. Dat wil ik meer vertellen en ik wil vooral laten weten wat we met zijn allen tegen bijensterfte kunnen doen. Dat is de impact die ik op dit moment al kan maken. Impact voor de bijen!

Ik heb inmiddels geleerd dat het houden van honingbijen eigenlijk niet de oplossing is tegen bijensterfte. Het klinkt logisch, imkeren om de bijen te redden, maar dan ga je er – net als ik in 2012 – aan voorbij dat er nog ruim 350 in het wild levende soorten bijen zijn. Juist met die soorten gaat het bijzonder slecht. Ruim twee derde van alle hommels (ja, hommels zijn ook bijen) staan op de rode lijst en worden met uitsterven bedreigd. Twee derde! Dat is mindblowing als je het mij vraagt. Het is een ecologische crisis waar nog steeds veel te weinig aandacht voor is. Honingbijen zijn zichtbaarder dan wilde bijen en ze leveren een product op wat wij kunnen consumeren. Dat gegeven wil ik gebruiken. Mijn honing geeft mij de kans om aandacht te genereren voor alle bijen. Ik heb twee leuke honingproducten in de pijplijn die zonder twijfel aandacht zullen trekken. Die aandacht zal ik gebruiken om het verhaal van de bijen te blijven vertellen.

Honingbijen en wilde bijen hebben voor een groot deel last van dezelfde problemen. Ze kampen met een voedseltekort, ziekten en daarbovenop ook nog met landbouwgif. Het probleem is dus drieledig. Complexe materie, maar ik zie kansen om het tij te keren. En het mooie is: daar kunnen jij en ik wel degelijk iets aan doen.

Ik zie het voedseltekort als het grootste probleem. Een bij die niet genoeg voedsel kan vinden sterft, dat moge duidelijk zijn. Een bij die net genoeg voedsel kan vinden zal verzwakken en heeft meer kans om ziek te worden en kan uiteindelijk sterven. Honingbijen hebben als voordeel dat ze met velen zijn. Er kunnen meer dan 50.000 bijen in één volk leven. Dat maakt ze sterker dan wilde bijen die vaak solitair leven. Als je in je eentje nectar en stuifmeel moet halen, dan ben je kwetsbaarder. Daar komt bij dat de honingbij een baasje heeft en dat de honingbij nagenoeg alle bloemen lust. Honingbijen kunnen gevoerd worden in perioden met weinig voedsel, wilde bijen niet.

Het is dus zaak om voor alle bijen een gevarieerd en overvloedig voedselaanbod te creëren. Nederland moet weer een land van melk én honing worden. We zijn nu vooral een landje van alleen melk. Ik noem die helgroene weiden met gras en gras alleen, dus geen enkel bloempje, wel eens grasfalt. In zo’n groene vlakte is niets, maar dan ook helemaal niets te vinden voor een bij. Een van mijn bijendocenten zei eens: “Een bij vreet geen gras.” En zo is het maar net.

En dat brengt ons bij de landbouw. Die is, om het probleem maar even volmondig te benoemen, volledig doorgeschoten. Er is geen aandacht meer voor biodiversiteit, het platteland is de afgelopen decennia verandert in een agrarisch industrieterrein waarop nauwelijks nog ruimte is voor natuur en biodiversiteit. Bijen hebben daar last van. Toch wijs ik niet graag alleen naar ‘de boeren’. Ten eerste, omdat ‘de boer’ niet bestaat. Er zijn ook boeren die wél aandacht hebben voor het andere leven op hun land. Ten tweede, omdat het landschap ook wordt uitgekleed door andere sectoren en zelfs door overheden.

Veel gemeenten maaien hun bermen rigoureus plat, terwijl ecologisch bermbeheer ten gunste van insecten eigenlijk heel simpel is. In mijn eigen dorp Benneveld hebben we met Stichting Bloeiend Landschap, waarvan ik bestuurslid ben, bewezen dat het ook anders kan. Inmiddels staat ons dorp letterlijk in bloei! We voeren zelf ecologisch bermbeheer uit met boeren uit de buurt. Mijn bijen, maar ook vlinders en wilde bijen profiteren daarvan. Je ziet het leven letterlijk terugkomen. Ons voorbeeld heeft de gemeenteraad van Coevorden, waartoe Benneveld behoort, doen besluiten om ecologisch bermbeheer uit te breiden tot 80% van alle bermen in de gemeente! De gemeenteraad stemde tot onze eigen verbazing unaniem voor. Als je bedenkt dat Coevorden een gigantische gemeente is met een bermoppervlakte van 400 hectare dan is dat een prachtig resultaat. Het kan dus wel als we met zijn allen maar willen.

Toch weer even terug naar wat jij kan doen voor de bijen. Sorry, als het om bijen gaat ben ik niet te stoppen en blijven de woorden uit mijn toetsenbord rollen….. Niet iedereen woont in een plattelandsgemeente zoals ik en niet iedereen wil zelf bermen gaan beheren. Dat snap ik. En iedereen tot imker omscholen is dus ook niet de oplossing, nee, de oplossing ligt op je bord en in je tuin.

Je kunt bijvoorbeeld vaker voor biologische producten kiezen. Biologische boeren hebben meer aandacht voor biodiversiteit en bespuiten hun land niet. Of teel zelf onbespoten groenten. Moestuinieren is superleuk! Niks geeft meer voldoening dan zelf geteelde groenten. Ik hoor sommigen al denken: “Ja maar, bio, da’s hartstikke duur!” Is dat zo? Ooit bedacht hoeveel het kost als we de insectenpopulatie om zeep helpen? Jouw eetgedrag heeft een direct effect op het platteland. Wat jij eet bepaald wat er wordt geteeld. Als jij bewust kiest voor andere producten, dan zal er een verandering plaatsvinden bij de boeren. Meer bio is minder gif is meer bijen. Echt!

En heb je een tuin of balkon, dan is het zaaien van bloemen natuurlijk altijd een goed idee. Let daarbij wel op dat je bloemen zaait die daadwerkelijk door bijen worden bezocht. Google vertelt je graag welke soorten je moet hebben. Veel bloemen zijn zo gekweekt dat ze volle, dichte bloemknoppen vormen. Dat ziet er mooi uit, maar een bij kan op die manier niet meer bij het stuifmeel en de nectar komen. Kies dus voor meer eenvoudige, natuurlijke bloemen. Dat ziet er ook mooi uit en insecten hebben er veel meer aan. Kies als het even kan voor biologisch geteelde bloemen of zaadjes. In de reguliere bloementeelt wordt gigantisch veel gif gebruikt en dat gif zit ook in je bloemen en komt via het stuifmeel weer in de bij terecht.

Impact maken begint dus bij mijn bijen. Maar daar stopt het niet. Ik vertel binnenkort hoe ik naast de bijen ook op andere manieren nu al het verschil denk te kunnen maken met Frank’s Kitchen. Het hek is van de dam, ik ben ontketend en vastbesloten om meer dan een deuk in een pakje boter te slaan. Voor de bijen én uiteindelijk ook voor mensen met minder kansen dan jij en ik!

Weten wat je nog meer voor de bijen kunt doen dan anders eten en bloemen zaaien? Lees deze blog: “10 Praktische tips: zo ben je bijvriendelijk bezig!”

Plaats een reactie